Korte geschiedenis van Vuren
De
nederzetting Vuren ontstond rond 900 na Chr. op een oeverwal langs de Waal. De
hoofdzakelijk van landbouw levende bevolking had zich hier op het westelijke
puntje van de Tielerwaard gevestigd. De nederzetting ontleende haar naam aan
deze plaats die een afgeleide was van ‘vooraangelegen’, denk maar aan
vergelijkbare plaatsen in België en Nederland: Veurne en Voorne.
Het zoeken
naar bescherming tegen het overstromingswater leidde tussen de tiende en
dertiende eeuw tot de bedijking van de nederzetting, waarbij als eerste de
Zeivingen (zijvang of zijving), vervolgens de Achterdijk en tenslotte de
rivierdijk werden aangelegd.
De eerste
adellijke heren van Vuren doken in de dertiende eeuw op in de Gelderse
leenregisters. Begin veertiende eeuw stierven zij uit en kwam de heerlijkheid
Vuren in handen van een jongere tak van de Arkels, de heren van Asperen, die
iets ten westen van de oude kerk aan de Waaldijk het kasteel de Tumelenburg
bouwden. Door deze Arkelse binding zou Vuren ook betrokken raken bij de Arkelse
Oorlog tussen Jan van Arkel en de graaf van Holland die tussen 1401 en 1412 in
de streek rond Gorinchem woedde.
Eind vijftiende
eeuw stierven de heren van Asperen van Vuren in rechte lijn uit. Nadat de
heerlijkheid Vuren achtereenvolgens in het bezit van de heren van Duyn van
Werkendam en van Haaften van Gameren was overgegaan, keerde zij in het midden
van de
zestiende eeuw weer terug in de
handen van een andere tak van de Asperens. Deze heren van Asperen van Vuren
bekleedden belangrijke posten in de Tielerwaard zoals bijvoorbeeld dat van
dijkgraaf.
Vuren had, net als
de overige plaatsen in het rivierengebied, regelmatig te lijden van watersnoden.
Verschillende keren per eeuw braken de Waaldijken door waardoor de bevolking en
de heer van Vuren sterk verarmden, zozeer zelfs dat niet lang na het rampjaar
1672, toen de Fransen de Tumelenburg verwoestten, het dijkonderhoud niet langer
betaald kon worden en de heerlijkheid in 1681 door de toenmalige heer van Vuren,
Junier van Bronkhorst, werd verlaten. De Staten van het Kwartier van Nijmegen
moesten het bestuur overnemen en slaagde er pas in 1734 de heerlijkheid Vuren,
samen met Dalem en Marienweerd bij Beesd, te verkopen aan de graaf van Bylandt.
Deze bouwde een nieuw ‘kasteel’ in Engelse
landhuisstijl op de fundamenten van de oude Tumelenburg.
Was er eind zeventiende eeuw
door de Utrechtse steenbakkersfamilie Pothuysen een steenoven opgericht op de
Hondswaard, een eeuw later volgde de vestiging van een glashut in de nabijheid
van de Vurense korenmolen door leden van de familie Pelgrim, die ook in Leerdam
glashutten bezaten.
In 1771 kocht
Gerard Meerman de heerlijkheid Vuren en Dalem van Carel van Bylandt. Deze
Meermannen hielden Vuren en Dalem in bezit tot 1822 toen de in de Franse tijd
rijk geworden Rotterdamse koopman Jan Viruly de beide heerlijkheden van de
erfgenamen kocht en ze bestemde voor zijn zoon Michiel. De
Viruly’s bezaten vrijwel alle grond en industrie in
Vuren en Dalem totdat ze in 1895 naar Gorinchem vertrokken en het kasteel lieten
slopen. Toch mogen hun oudste zonen zich tot op de dag van heden Viruly van
Vuren en Dalem noemen.
De Vurense
bevolking groeide geleidelijk gedurende de eeuwen, ondanks de vele watersnoden
en afwateringsproblemen. De polderbemaling moest eerst van natuurlijke lozing op
de Waal overstappen op windbemaling met een binnen- en een
buitenmolen op de Hondswaard om na 1825 via de Dalemse polder het water op de
Oostgracht van Gorinchem en vandaar op de Linge te brengen. Na 1870 werd de
afwatering overgenomen door het stoomgemaal Constantia Adriana aan de
Spijkse dijk.
De Afscheiding die
in Vuren in 1835 plaatsvond, zou de samenleving doen scheuren. Na vervolgingen
en gevangenzettingen zouden in de jaren veertig en vijftig verschillende
afgescheiden Vurense families ds. H.P. Scholte volgen naar Pella in Amerika om
een nieuw bestaan op te bouwen. De hongersnood die volgde op enkele jaren van
aardappelziekte (1844-1845) was daar mede debet aan.
Het fort
bij Vuren werd aangelegd in de jaren 1844-1849 en maakte deel uit van de
Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het zou gebruikt worden tijdens de verschillende
mobilisaties en kreeg in 1940 een Duitse luchtaanval te verwerken. Het bleef in
Duitse handen tot de laatste dagen voor de bevrijding en zou daarna dienst doen
om verschillende ‘foute’ Nederlanders uit de regio te interneren. De Tweede
Wereldoorlog bracht het dorp gevechtshandelingen,
polderinundaties,
gesneuvelde Vurense soldaten, een op een
woonhuis neergestort vliegtuig waarbij een vader en twee dochters (zie foto)
omkwamen en enkele neergeschoten vliegtuigen met een Poolse en een
Nieuw-Zeelandse piloot, waarvan de laatste in Vuren werd begraven.
In de jaren zestig van de
twintigste eeuw kwamen diverse ontwikkelingen in Vuren in een versnelling. De
ruilverkaveling, dijkverzwaringsplannen en de vestiging van nieuwe bedrijven,
onder andere van de uit Utrecht overgekomen chemische industrie van de
Wed. P.
Smits, Vuren HAWA, Wago en
Kleyn
Trucks op een nieuw industrieterrein langs de Zeiving, gaven het oude
dijkdorp een geheel ander aanzien. De uitbreiding van de in 1902 op de plaats
van de gesloopte glashut gebouwde kalkzandsteenfabriek Loevestein en de
oprichting van een cellenbetonfabriek in 1952, bekend onder de namen
Durox,
later Ytong en thans Xella betekenden naast de oude baksteenindustrie een niet
fraaie invulling van de oude uiterwaarden. De kern van het dorp verhuisde naar
een nieuwbouw tussen de nieuwe Graaf Reinaldweg en de Waaldijk.
In 1986 hield de gemeente
Vuren (en Dalem) op te bestaan, kwam Dalem bij
Gorinchem en werden Vuren en Herwijnen samengevoegd met de vroegere
Zuid-Hollandse gemeenten Asperen en Heukelum (met Spijk) tot een nieuwe gemeente
Lingewaal. Economisch ging het met de oude industrieën in Vuren niet zo goed.
Moest in de jaren negentig de
Vurense baksteenfabricage
eraan geloven, in 2002 volgde na honderd jaar de sluiting van
de kalkzandsteenfabriek.
Als gevolg van de dreigende dijkdoorbraken in 1995 en 1998
moest de Waaldijk opnieuw verzwaard en verhoogd worden, hetgeen
rond het nieuwe millennium was voltooid. Vuren was klaar voor de
21ste eeuw.